In een aantal Amerikaanse staten zijn de autoriteiten bezig de regels voor het kiesrecht te verscherpen. Deze regels maken het moeilijker voor mensen om (voor de eerste keer) te stemmen. Dat deze regels vooral worden ingevoerd in staten waar de Republikeinen grote meerderheden hebben, is niet verrassend. De verwachting is dat de nieuwe regels er voor zorgen dat de Democraten (de grote tegenstanders van de Republikeinen) minder kiezers krijgen. Vooral oudere mensen, studenten en mensen met een allochtone achtergrond zullen minder gaan stemmen, zo is de verwachting.
De discussie over de kiesregels zorgt voor wat beroering in de Verenigde Staten, maar hoe kan het dat dit onderwerp in Nederland geen enkele rol van betekenis speelt? De afgelopen jaren zijn die in Nederland ook al enige keren aangepast, zonder welke discussie dan ook. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 moest je bijvoorbeeld een identificatiebewijs meenemen.
Vele gemeenten maken het mogelijk dat je in alle stembureaus van de gemeente kunt stemmen, hiervoor heb je als kiezer wel je kiespas én een identificatiebewijs nodig. Was het vroeger nog voldoende om je stempas mee te nemen of je identificatiebewijs als je je stempas kwijt was, nu heb je beiden nodig. Wat dit doet met de opkomst is moeilijk te voorspellen, de opkomst in de gemeente Groningen was in 2006 57,08% terwijl de opkomst in 2010 54,2% was. De tijd dat meer mensen niet stemmen dan wel komt dichterbij, maar de conclusie dat dit wordt veroorzaakt door kiesregels aan te scherpen is natuurlijk veel te kort door de bocht. De opkomst voor de verkiezingen neemt al jaren af.
Toch is het van belang voor alle partijen om wanneer de regels worden aangepast, een scherp debat te voeren over of dit wel of niet goed is voor de opkomst. De ene partij wordt getroffen bij een lagere opkomst en de andere partij wordt daardoor bevoordeeld. Zo wordt het kiesrecht dus ook politiek.
In Zwang: 25%